HOE SCHRIJF JE EEN PRENTENBOEK? 10 tips

Hoe schrijf je een prentenboek? In deze blog nemen we je graag mee in het verhaal achter Aapje Pie. Zo zoomen we in op alles wat erbij komt kijken om een prentenboek te maken, zoals schrijven en tekenen, maar ook de crowdfunding en promotie. De tweede blog uit deze serie gaat over het schrijven van een prentenboek. Wij vertellen je de 10 belangrijkste lessen die wij leerden tijdens het schrijven van ons eerste prentenboek, Pie het avontuur begint.

Wij geven je graag een kijkje in hoe wij het boek hebben gemaakt. Hopelijk inspireert dit jou ook tot het maken van een boek. Kinderboeken zijn er nooit genoeg!

Sander leest voor op basisschool tijdens kinderboekenweek 2020
Sander leest voor op een basisschool tijdens de kinderboekenweek 2020

1. Bepaal je onderwerpen

Ik had altijd al de droom om ooit een prentenboek te maken, maar ik had nog geen idee waarover. Met de geboorte van onze dochter dienden de onderwerpen zich ineens als vanzelfsprekend aan. Die eerste maanden met de kleine hadden een grote impact op ons leven. Alles was nu ineens anders want we zaten in een nieuwe, voor ons onbekende situatie. Maar hierin konden we toch niet de enige zijn? Is zo’n eerste keer ouder worden niet voor iedereen nieuw en eng? Een heel persoonlijke ervaring diende dus als onderwerp voor ons boek. Al onze vragen en angsten, maar ook heel veel nieuwe liefde en plezier hebben wij als inspiratiebron gebruikt. Wil je meer weten over hoe het idee van Pie het avontuur begint is onstaan? Dit kan je lezen in onze vorige blog.

Samen hebben we de onderwerpen bepaald die terug moesten komen in het prentenboek. We zijn begonnen met de onderwerpen die voor ons de eerste 6 maanden speelden.

Enkele voorbeelden zijn:

  • De held die ons in de eerste dagen kwam vertellen wat we met dat kleine kwetsbare wezentje aan moesten; de kraamhulp.
  • Het vertrek van de kraamhulp; help, moeten wij dit nu alleen doen?
  • Alle kraamvisite die je kleine wondertje komt bekijken natuurlijk even wil vasthouden. Super gezellig, maar vervolgens zaten wij steeds met een huilende overprikkelde baby.

TIP: schrijf zoveel mogelijk onderwerpen op. Deze gebruik je straks bij het kiezen van jouw verhaallijn. Je kan later onderwerpen schrappen die niet in de verhaallijn passen.

2. Bepaal je doelgroep

Een prentenboek maak je natuurlijk voor kinderen, maar tijdens het voorlezen aan onze dochter kwamen we erachter dat we iets misten in de prentenboeken die we hadden. Zo ontstond het idee om een interactief boek te maken dat leuk is voor de kleintjes en tegelijkertijd, óók leuk voor ouders om voor te lezen.

Onze doelgroep is dus niet alleen kinderen van 0-6 jaar, maar tegelijkertijd ook de ouders. Hoe zorg je er nou voor dat een tekst zowel kinderen als ouders aanspreekt? Niet de makkelijkste combinatie. Hoe wij dit hebben gedaan lees je onder punt 8.

TIP: Maak je doelgroep heel specifiek. Als je helder hebt voor wie je schrijft, kan je jouw teksten en prenten hier makkelijker op afstemmen.

3. Wie is de hoofdpersoon?

Je hebt nu duidelijk voor wie je wat wilt schrijven. Maar wie o wie gaat de avonturen beleven? Vanaf haar geboorte noemde we onze dochter ons aapje. Voor ons was het dus al snel duidelijk dat de hoofdpersoon een aapje werd. Een klein aapje dat terecht komt in de grote, enge jungle en hier, samen met Mam en Pap al haar angsten overwint.

TIP: het hoeft natuurlijk niet één hoofdpersoon te zijn die avonturen beleefd. Er zijn genoeg bekende duo’s die samen de leukste avonturen beleven. Denk bijvoorbeeld aan Woezel en Pip, Jip en Janneke, Suske en Wiske of onze jeugd favoriet: Bassie en Adriaan!

4. Wat is de rode draad?

Oké, nu hebben we heel veel onderwerpen die we in het boek willen verwerken, een doelgroep waarvoor we het boek willen maken, en de hoofdpersoon om de avonturen te beleven. Maar wat willen we nou eigenlijk precies gaan vertellen met dit boek?

Een rode draad is een element dat telkens terugkeert en dat alle gebeurtenissen binnen de verhaallijn met elkaar verbindt.

Onze rode draad voor Pie het avontuur begint is, dat alles wat je meemaakt als je voor het eerst ouder wordt nieuw en eng is. Niet alleen voor jou als ouder, ook jouw kleine is terecht gekomen in een grote nieuwe en enge jungle. Door vallen en opstaan leer je samen elke dag weer wat nieuws.

TIP: De rode draad kan iets tastbaars zijn, zoals een voorwerp of een persoon, maar ook iets ontastbaar, zoals bij ons.

5. Kies een logische verhaallijn

Tijd om een verhaallijn, ofwel het begin, verloop en einde van wat het personage meemaakt, op te stellen. Voor Pie het avontuur begint hebben we de geboorte van onze dochter Kaya en haar eerste zes maanden op de wereld als inspiratiebron gebruikt. Hierbinnen hadden we heel veel verschillende onderwerpen, maar hoe maakten we hier dan een goed lopend verhaal van?

We hebben er daarom voor gekozen om het boek chronologisch op te bouwen, beginnend met de zwangerschap, de bevalling, de eerste weken met de baby, het vallen en opstaan dat we samen deden, totdat ze naar haar eigen kamer ging. Binnen deze verhaallijn pasten niet alle onderwerpen en bijbehorende verhaaltjes. Dit waren op zichzelf wel leuke stukjes, maar pasten niet in het boek als geheel. Dat is niet erg, die bewaren we gewoon voor deel 2!

TIP: probeer de verhaallijn eenvoudig te houden, dit houdt het leesbaar en makkelijk te begrijpen voor jouw publiek.

6. Maak de verhalen niet te lang

Mooi, nu weten we waarover we willen schrijven en in welke volgorde. Klaar om te beginnen met schrijven! De aandachtspanne van kinderen is niet al te lang. Tijdens het schrijven probeerde ik altijd naar maximaal 50 woorden te streven. Zodoende heb ik voor het boek per onderwerp één tot twee rijmpjes geschreven van vier zinnen. Hierdoor verplichtte ik mijzelf om niet teveel uit te wijden en continue de kern te pakken. Als je mij een beetje kent weet je dat dit voor mij, in mijn dagelijkse taalgebruik, erg moeilijk is. Gelukkig kan Anouk hier heel slecht tegen en haakt na 2 zinnen al af. Voor mij dus de ideale testpersoon!

TIP:  een beeld zegt meer dan duizend woorden, helemaal voor een kind! Je kan dus een deel van jouw verhaal vertellen via de prenten.

7. Denk in prenten

Vooral voor kleine kinderen zijn de prenten soms belangrijker dan de tekst. Kinderen kunnen uit de prenten een heel eigen verhaal bedenken. Hoe leuk de tekst dus ook is, de prenten moeten het verhaal ook goed overbrengen.

Ons grote voordeel was dat wij heel nauw met elkaar konden samenwerken en veel konden overleggen. Ik vond het makkelijker schrijven als ik al wist hoe de illustraties eruit kwamen te zien. Ik zie als het ware een mini filmpje afspelen en weet dan welke tekst ik erbij wil schrijven. Maar Anouk vond het makkelijker om illustraties te maken bij een tekst. De tekst en illustraties ontstonden dus om en om. De ene keer was de tekst beter en moest de illustratie veranderd worden. De volgende keer vertelde de illustratie beter het verhaal en moest de tekst hierbij weer anders.

Of dit de beste manier van werken is kan ik je niet vertellen, maar dit is hoe het voor ons het beste werkte. Waarschijnlijk ontstaat het volgende avontuur van Pie dan ook veel makkelijker dan het eerste avontuur. Of dat echt zo is, vertellen we je na Pie haar volgende avontuur.

TIP: als je geen beeld kan bedenken bij een gedeelte van jouw verhaal, dan is dat stukje tekst misschien overbodig en verteld het voorgaande stukje tekst al genoeg.

 8. Maak je taal muzikaal

Een prentenboek is een voorleesboek. Het verhaal moet dus bijna ritmisch klinken. Wij hebben ervoor gekozen om het verhaal rijmend te vertellen. Daar wordt je tekst automatisch al muzikaler van. Ook het toepassen van alliteraties en halfrijm werkt goed. Ik vond het goed werken om teksten hardop voor te lezen. Zo hoor je goed of een tekst lekker loopt, of een zin te lang of juist te kort is en waar het hapert. Er bestaan heel veel verschillende woorden om hetzelfde te zeggen. Anouk en ik hebben de tekst om beurten steeds herschreven, soms wel 10 keer, net zo lang totdat we de juiste woorden hadden gevonden.

TIP: neem hier de tijd voor, bijt je niet vast in een zin die niet lekker loopt, kom je er niet uit, ga gewoon door met de rest van het verhaal en kijk er later opnieuw naar. Meestal schud je de oplossing dan zo uit jouw mouw.

9. Gebuik humor, bijvoorbeeld door woordspelingen

Humor is natuurlijk de kern van de leukste verhalen. Dit hebben wij dan ook in geprobeerd in ons verhaal te verweven. Wij hebben dit gedaan door het gebruik van woordspelingen en herkenbare situaties.

Zo beschreven wij met beren op de weg, alle allerhande probleempjes waar je in de eerste dagen als nieuwe ouder tegenaan loopt. Een kind ziet hier de letterlijke beren op de weg en kan enthousiast beren gaan zoeken, terwijl je als ouder stiekem een beetje mee kan grinniken om alle beren die je zelf net van de weg hebt gewerkt.

TIP: vind je het lastig? Lees veel andere kinder- en prentenboeken (dit deden wij stiekem ook, niet door vertellen heh). Kijk naar wat jij leuk vind en waarom je dat leuk vindt. Is het de zinsopbouw? Ligt het aan een specifiek woord? Probeer dit vervolgens bij jouw eigen tekst toe te passen. Het kan zijn dat jouw onderwerp zelf al veel humor bevat zoals Billen! Van Yusuke Yonezu. Of zit het in een actie? Loes Riphagen doet dit bijvoorbeeld leuk in Coco kan het, waar Coco een schop onder haar hol krijgt van haar moeder. Ga lekker los met jouw fantasie, het is jouw verhaal en jouw belevingswereld.

 10. Leef je in

Het is goed om te beseffen dat kleuters een heel andere belevingswereld hebben dan volwassenen. Hun wereld is magisch en boordevol fantasie. De grenzen tussen realiteit en fantasie zijn soms heel dun.

Anouk zei dan ook elke keer als ik een tekst had geschreven: ‘Ja super leuk, dit is helemaal wat ik bedoel, maar probeer nu weer het kind in je naar boven te halen. Daar ben je zo goed in! Het moet gekker en fantasierijker!’. Zo wilden we Pie alle prikkels van overdag laten verwerken in een droom. En wie kan prikkels nou beter de baas dan een stoere ridder! Hier een klein stukje uit het boek:

‘Want in mijn droom ben ik een ridder.
Alle prikkels die vallen mij aan.
Ik ben zo sterk dat ik niet bibber
En sla alle prikkels naar de maan.’

TIP: test jouw verhaal op jouw doelgroep. Het is hartstikke leuk om te zien hoe ze reageren op de tekst. Komen grapjes wel of niet over? Dit wordt dan al snel duidelijk.

BONUS TIP: Vergeet wat ik zojuist heb gezegd en ga vooral lekker aan de slag. Maak jouw eigen keuzes en geniet vooral van het proces.

Dit was het dan alweer. Tot de volgende keer maar weer! Want dit avontuur gaat verder, dus er komt nog heel veel meer. Maar niet meer vandaag, maar de volgende keer! 😉

In onze blogs vind je soms affiliate links, linkjes naar producten die ons enorm geholpen hebben als nieuwe ouders, bij het maken van ons boek of waar we gewoon heel erg fan van zijn. Wil jij deze producten ook aanschaffen? Bestel ze dan via onze link, dan steun je hiermee onze droom om een nieuw boek te maken.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *